De juiste zorg door de juiste medewerker

Niet alle kinderen en ouders hoeven en willen hetzelfde zorgaanbod krijgen. De Jeugdgezondheidszorg maakt steeds onderscheid tussen kinderen die gezond opgroeien en zich normaal ontwikkelen en kinderen waar (mogelijk) risicofactoren voor een gezonde groei en ontwikkeling aanwezig zijn.

“Het kind heeft belang bij de vertrouwensband die ouders met ons hebben”, vertelt Lieske Eldering, jeugdverpleegkundige op het consultatiebureau in Zevenaar. Sinds oktober 2016 is een aantal taken van de jeugdarts overgeheveld naar de jeugdverpleegkundige. Taakherschikking wordt dit genoemd. De jeugdarts ziet vooral de kinderen met (risico op) gezondheidsproblemen. Kinderen bij wie het op alle vlakken goed gaat, komen alleen nog bij de jeugdverpleegkundige op het consult. In de praktijk betekent dit dat Lieske die kinderen en hun ouders nu vaker ziet gedurende de vier jaar dat zij op het consultatiebureau komen.

“Het is leuk om mensen steeds weer terug te zien. Je pakt het contact met de ouders makkelijk op. Je kunt bij wijze van spreken verder praten vanaf het punt waar je de vorige keer gebleven bent. Door het frequente contact kun je sneller aansluiten bij de situatie van de ouder en veranderingen eerder opmerken of bespreekbaar maken. Ouders durven zich meer kwetsbaar op te stellen, ook als het wat minder goed gaat.” Lieske merkt ook dat ouders over het algemeen tevreden zijn over de nieuwe werkwijze.  


Jeugdverpleegkunidge Lieske Eldering: "We hebben als jeugdverpleegkundigen een extra verantwoordelijkheid sinds de taakherschikking."

De taakherschikking had wel wat voeten in de aarde. De jeugdverpleegkundigen volgden allemaal een intensief scholingstraject en liepen ‘stage’ bij de jeugdartsen om zich een aantal medische handelingen eigen te maken. “De scholing heeft mijn werk verrijkt. Mijn kennis en ervaring als jeugdverpleegkundige is aangevuld met kennis over het lichamelijk onderzoek. Daarnaast leer ik in de praktijk nog steeds bij. Een gelijkwaardige relatie met de jeugdarts had ik al. Maar nu ik een deel van het lichamelijk onderzoek uitvoer, vind je elkaar nog meer op de inhoud en kun je van elkaar leren.”  

"Mijn kennis en ervaring als jeugdverpleegkundige is aangevuld met kennis over het lichamelijk onderzoek."

Ook nu is het nog aanpoten: “We hebben als jeugdverpleegkundigen een extra verantwoordelijkheid sinds de taakherschikking en draaien meer bureau's. Daarnaast wil je ook de tijd voor ons andere werk; laagdrempelige begeleiding bij opvoedingsvragen om te voorkomen dat later uitgebreide pedagogische hulp nodig is. Of het op poten zetten van hulp in een gezin, waarbij dat hard nodig is maar waar nog geen hulpverlening is en dan zorgen dat bijvoorbeeld het sociaal team dat  oppakt. Verder het signaleren van taalachterstanden en het contact met bijvoorbeeld peuterspeelzalen over kinderen die wat extra aandacht nodig hebben. Als je de mensen goed kent, zijn de lijntjes kort en kun je als Jeugdgezondheidszorg (JGZ) betere zorg aan risicogezinnen bieden. Dat is ook wat de artsen nu doen. Doordat wij als jeugdverpleegkundigen de kinderen zien met wie het best goed gaat, kunnen artsen zich in hun consulten meer richten op ‘risicokinderen’. De juiste zorg, door de juiste JGZ’er.”
 

Voeg toe aan selectie