Statushouders: lokale en integrale aanpak

Een actueel voorbeeld van een dossier waarop gezondheid geen doel is maar een middel - of beter gezegd: één van de middelen - is de integratie van statushouders. Gemeenten voeren de regie op een integrale en lokale aanpak.

Veelal zullen in deze aanpak de thema’s wonen, taal en inburgering, participatie en burgerschap, werk en inkomen, welzijn en gezondheid aan de orde komen. Een goede verbinding en een preventieve inzet op en tussen de verschillende beleidsterreinen draagt bij aan het ‘landen’ en kunnen maken van een nieuwe start door participatie, werk en/of opleiding. Gezondheid is een voorwaarde om mee te kunnen doen, net als het beheersen van de taal.

Vluchtelingen (en daarmee statushouders) hebben een hoger risico op psychische klachten, infectieziekten, bepaalde chronische ziekten en opvoedingsproblemen dan andere inwoners van Nederland. De verhoogde risico’s hebben te maken met de situatie in de landen waar ze vandaan komen en de omstandigheden tijdens de vlucht. Daarom ziet de GGD statushouders als een kwetsbare groep met daarbij de noodzaak de reguliere zorg enigszins te verbijzonderen. Zo zien we bijvoorbeeld dat jongeren en jongvolwassenen vaak vragen hebben over seksuele gezondheid en homoseksualiteit.

Veel partijen hebben contact met statushouders, zoals leerkrachten, wijkteams, de jeugdgezondheidszorg, verloskundigen, en huisart­sen. Aandacht in de keten voor vroegsignalering is een manier om tijdig extra ondersteuning te organiseren voor kwetsbare statushouders zoals gezinnen, alleenstaande jongeren en statushouders zonder opleiding.

De VNG en het ministerie van VWS ontwikkelen momenteel het ondersteuningsprogramma ‘Gezondheidsbevordering statushouders: een lokale en integrale aanpak gericht op signalering, voorlichting en preventie’. Doel is gemeenten te ondersteunen in hun regierol en bij het ontwikkelen van een gemeentelijke aanpak die aansluit op het lokaal gezondheidsbeleid. Deze ondersteuning zal worden ingebed in de 25 GGD-regio’s. Op verzoek van het ministerie en de VNG wordt in elke GGD tijdelijk een regiocoördinator aangesteld. In het landelijke ondersteuningsprogramma zijn middelen beschikbaar om de regiocoördinatoren te financieren.

Voeg toe aan selectie